| Eppo Feiken | 3 augustus | 48 |
| Hans de Groot | 4 augustus | 58 |
Regel 3. Het aantal spelers

Spelers. Een wedstrijd wordt gespeeld door twee partijen, elk uit niet meer dan elf spelers bestaande, van wie één de doelverdediger moet zijn. Een wedstrijd mag niet worden begonnen, indien een partij bestaat uit minder dan zeven spelers.
Officiële competities. Tijdens een officiële competitiewedstrijd, georganiseerd onder auspiciën van de FIFA, de confederaties of de nationale bonden, mogen maximaal drie wisselspelers worden gebruikt. De competitiereglementen moeten aangeven hoeveel wisselspelers mogen worden opgegeven, variërend van drie tot maximaal zeven.
Andere wedstrijden. In wedstrijden tussen nationale A-teams mogen maximaal 6 wisselspelers worden gebruikt. In alle andere wedstrijden mag een groter aantal wisselspelers worden gebruikt, vooropgesteld dat a. de betrokken teams overeenstemming bereiken over het maximum aantal; b. de scheidsrechter voor de wedstrijd op de hoogte wordt gebracht. Wanneer de scheidsrechter niet op de hoogte wordt gebracht, of wanneer er geen overeenstemming wordt bereikt vóór de wedstrijd, mogen er maximaal 6 wisselspelers worden gebruikt per team.
Alle wedstrijden. Bij alle wedstrijden moeten de namen van de wisselspelers voor aanvang van de wedstrijd aan de scheidsrechter worden opgegeven. Wisselspelers die niet zijn opgegeven, mogen niet deelnemen aan de wedstrijd.


Invallersprocedure. Om een speler te vervangen door een wisselspeler, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: a. de scheidsrechter moet op de hoogte zijn gebracht voordat een voorgestelde wissel plaatsvindt; b. een wisselspeler mag het speelveld pas betreden nadat de te vervangen speler het speelveld heeft verlaten en nadat de wisselspeler een teken heeft gekregen van de scheidsrechter; c. een wisselspeler moet het speelveld betreden ter hoogte van de middenlijn, tijdens een onderbreking van de wedstrijd; d. een wissel is definitief wanneer de wisselspeler het speelveld betreedt; e. vanaf dat moment wordt de wisselspeler speler en de vervangen speler houdt op speler te zijn; f. een vervangen speler kan niet meer deelnemen aan de wedstrijd; g. alle wisselspelers vallen onder het gezag en de rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter, ongeacht het feit of ze deelnemen of niet.
Vervanging van de doelverdediger. Ieder van de overige spelers mag van plaats wisselen met de doelverdediger, onder de voorwaarden dat: a. de scheidsrechter op de hoogte is gebracht voordat de wissel plaatsvindt; b. de wissel plaatsvindt tijdens een onderbreking van de wedstrijd.
Overtredingen/straffen. Als een wisselspeler het speelveld betreedt zonder toestemming van de scheidsrechter: a. wordt het spel onderbroken; b. ontvangt de wisselspeler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en wordt hem opgedragen het speelveld te verlaten; c. wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken. Als een speler van plaats heeft gewisseld met de doelverdediger zonder toestemming van de scheidsrechter: a. wordt het spel niet onderbroken; b. ontvangen de betrokken spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart bij de eerstvolgende onderbreking van het spel. Voor elke andere overtreding van deze regel: ontvangen de betrokken spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
Spelhervatting. Indien het spel is onderbroken door de scheidsrechter om een waarschuwing te geven: a. wordt de wedstrijd hervat met een indirecte vrije schop, te nemen door een speler van de tegenpartij vanaf de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
Spelers en wisselspelers die verwijderd zijn. Een speler die is verwijderd voordat de wedstrijd is begonnen, mag alleen vervangen worden door één van de opgegeven wisselspelers. Een opgegeven wisselspeler die is verwijderd, zowel voor als na het begin van de wedstrijd, mag niet worden vervangen.
OFFICIËLE BESLISSINGEN
OB 1. Conform het bepaalde in regel 3, wordt het minimum aantal spelers per partij overgelaten aan het oordeel van de nationale bonden. De "Board" is echter van mening dat een wedstrijd niet moet worden voortgezet indien er minder dan zeven spelers bij één van de partijen zijn.
OB 2. Een official mag tijdens de wedstrijd tactische aanwijzingen aan zijn spelers geven en hij moet terugkeren naar zijn positie nadat hij deze instructies heeft gegeven. Alle officials moeten binnen de lijnen van de instructiezone blijven, daar waar een dergelijke zone is aangegeven, en ze moeten zich op een verantwoorde manier gedragen.
OVERIGE BESLUITEN VAN DE INTERNATIONAL F.A. BOARD
Procedure inzake het verlaten van het speelveld door geblesseerde spelers. De Board heeft bepaald, dat, als een geblesseerde speler in staat is het speelveld lopend te verlaten, hij hiertoe behoort te worden gestimuleerd, in het bijzonder als hij zich dichtbij de zij-of doellijnen bevindt (onder deze omstandigheden is het dus niet noodzakelijk hem op een brancard van het speelveld te dragen). De Board bepaalde eveneens, dat, als een van een blessure herstelde speler het speelveld opnieuw wil betreden, hij dit kan doen vanaf elke plek op de doel-of zijlijnen, indien de bal uit het spel is. Indien de bal in het spel is, mag de speler alleen het speelveld opnieuw betreden vanaf (elke plek op) een zijlijn. In beide gevallen moet hij het teken van de scheidsrechter afwachten.