| Raijmond Silvester | 7 februari | 54 |
| Joop de Vries | 8 februari | 60 |
Regel 1: het speelveld
<< Handleiding Veldvoetbal | Regel 2 >>

REGEL 1 -HET SPEELVELD
Veldoppervlak. Wedstrijden mogen worden gespeeld op natuurlijke of kunstmatigeoppervlakken overeenkomstig de competitiereglementen. Het speelveld moet rechthoekig zijn. De lengte van de zijlijn moet groter zijn dan de lengte van de doellijn.
Lengte: minimaal 90 meter, maximaal 120 meter. Breedte: minimaal 45 meter,maximaal 90 meter. (Noot: Bij besluit van het bestuur van de KNVB moeten de volgende afmetingen worden gehanteerd: minimaal 100 x 64 meter en maximaal 105 x 69 meter). Internationale wedstrijden: lengte: minimaal 100 meter, maximaal 110 meter. Breedte: minimaal 64 meter, maximaal 75 meter.
Afbakening. Het speelveld is gemarkeerd met lijnen. Deze lijnen behoren tot de gebieden die ze begrenzen. De twee lange lijnen heten zijlijnen en de twee korte heten doellijnen. Alle lijnen mogen niet breder zijn dan 12 centimeter. Het speelveld is door een middenlijn verdeeld in twee helften. Het middelpunt van het speelveld wordt aangegeven in het midden van de middenlijn. Hieromheen is een cirkel getrokken met een straal van 9.15 meter.
Het doelgebied. Aan beide uiteinden van het speelveld is op de volgende wijze een doelgebied aangegeven: loodrecht op de doellijn zijn twee lijnen met een lengte van 5.50 meter getrokken op een afstand van 5.50 meter van de binnenzijde van elke doelpaal. Zij zijn aan de uiteinden verbonden door een lijn evenwijdig aan de doellijn.Het gebied dat door deze lijnen wordt begrensd, heet het doelgebied.
Het strafschopgebied. Aan beide uiteinden van het speelveld is op de volgende wijze een strafschopgebied aangegeven: loodrecht op de doellijn zijn twee lijnen met een lengte van 16.50 meter getrokken op een afstand van 16.50 meter van de binnenzijde van elke doelpaal. Zij zijn aan de uiteinden verbonden door een lijn evenwijdig aan de doellijn. Het gebied dat wordt begrensd door deze lijnen, heet het strafschopgebied. In elk strafschop gebied is een strafschopstip aangebracht op een afstand van 11 meter van het midden van de doellijn even ver van beide doelpalen. Buiten het strafschopgebied is een cirkelboog aangebracht met een straal van 9.15 meter, gemeten vanaf de strafschopstip.
Hoekvlaggenstokken. Op elke hoek dient een hoekvlaggenstok met vlag te staan. Deze hoekvlaggenstok is minstens 1.50 meter hoog en mag van boven niet in een punt eindigen. Er mogen ook vlaggenstokken worden geplaatst aan de uiteinden van de middenlijn op een afstand van minimaal 1 meter van de zijlijn. Het hoekschopgebied Binnen het speelveld is een kwartcirkel aangebracht, met een straal van 1 meter, gemeten vanaf elke hoekvlaggenstok.
De doelen. Op het midden van elke doellijn moet een doel zijn geplaatst. Het doel
bestaat uit twee loodrecht staande palen, elk op gelijke afstand van de hoekvlaggenstokken, die aan de bovenzijde zijn verbonden door een horizontale doellat. De afstand tussen de palen is 7.32 meter en de afstand van de onderkant van de doellat tot de grond is 2.44 meter. Beide doelpalen en de doellat moeten dezelfde breedte hebben en mogen niet breder zijn dan 12 centimeter. De doellijnen moeten dezelfde breedte hebben als de doelpalen en de doellat.Er kunnen netten worden aangebracht aan de doelen en de grond achter de doelen, onder voorwaarde dat ze op goede wijze worden ondersteund en dat ze de doelverdediger niet hinderen. De doelpalen en de doellatten moeten wit zijn.
Veiligheid. Doelen moeten deugdelijk in de grond zijn verankerd. Verplaatsbare doelen mogen alleen worden gebruikt als ze aan deze voorwaarde voldoen. (Noot KNVB: De KNVB heeft het gebruik van verplaatsbare doelen verboden met uitzondering van het pupillenvoetbal onder de voorwaarde, dat deze tijdens gebruik steeds deugdelijk zijn verankerd. Voor andere gebruikssituaties wijst de KNVB op mogelijke risico's bij gebruik.)
OFFICIËLE BESLISSINGEN
OB 1. Indien de doellat uit zijn stand is geraakt of breekt, moet het spel worden gestaakt totdat de doellat is hersteld of in zijn oorspronkelijke positie is teruggebracht.Indien herstel niet mogelijk is, moet de wedstrijd worden beëindigd. Het gebruik van een touw om de doellat te vervangen is niet toegestaan. Indien de doellat kan worden hersteld, wordt het spel hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen de wedstrijd was gestaakt.
OB 2. De doelpalen en doellat moeten zijn gemaakt van hout, metaal of ander goedgekeurd materiaal. Ze mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn en mogen geen gevaar opleveren voor de spelers.
OB 3. Geen enkele vorm van reclame, zowel tastbaar als virtueel (b.v. geprojecteerd beeld), is toegestaan op het speelveld en op de materialen waarmee het speelveld is uitgerust (inclusief de doelnetten en de netruimtes) vanaf het moment dat de ploegen het speelveld betreden tot het moment dat ze het speelveld hebben verlaten voor de rust en vanaf het moment dat de ploegen opnieuw het speelveld betreden tot het einde van de wedstrijd. In het bijzonder mag geen reclame worden aangebracht, op welke hoogte dan ook, op doelen, netten, vlaggenstokken of de bijbehorende vlaggen. Er mag geen externe apparatuur (camera's, microfoons e.d.) worden bevestigd aan deze materialen.
OB 4. Geen enkele vorm van reclame is toegestaan binnen de instructiezone, c.q. binnen één meter vanaf de zijlijn, alsmede op de grond buiten het speelveld. Eveneens is geen reclame toegestaan in het gebied tussen de doellijn en het doelnet.
OB 5. De reproductie op het speelveld of op de materialen waarmee het speelveld is uitgerust, inclusief de doelnetten en de netruimtes, van logo's of emblemen van de FIFA, confederaties, nationale bonden, competities, clubs of andere lichamen, hetzij tastbaar, hetzij virtueel, is verboden tijdens de wedstrijd, zoals beschreven in OB 3.
OB 6. Een lijntje kan worden aangebracht buiten het speelveld, op 9.15 meter van de kwartcirkel, loodrecht staande op de doellijn, om ervoor te zorgen dat deze afstand in acht wordt genomen bij het nemen van een hoekschop. (Noot: De KNVB heeft OB 6 verplicht gesteld.)
OB 7. Indien er gebruik wordt gemaakt van kunstmatige oppervlakken in competitiewedstrijden tussen vertegenwoordigende elftallen van bij de FIFA aangesloten bonden of in internationale clubcompetitiewedstrijden, dient het oppervlak te voldoen aan de vereisten van de FIFA Quality Concept for Artificial Turf Standard, tenzij er door de FIFA speciaal dispensatie is verleend.
OB 8. Daar waar een instructiezone bestaat, dient deze te voldoen aan de door de IFAB goedgekeurde vereisten, welke elders in deze uitgave zijn opgenomen.