| Eppo Feiken | 3 augustus | 48 |
| Hans de Groot | 4 augustus | 58 |
Het ontstaan van voetbal
Zo oud als de weg naar Rome
Waarschijnlijk zijn balspelen zo oud als de weg naar Rome. Verscheidene volkeren eisen trouwens het vaderschap op van één van de meest populaire van die balspelen: het voetbal.
Waar is deze boeiende sport, die heden ten dage de hele wereld in de ban houdt, dan wel ontstaan? Geschiedschrijvers zijn het nooit eens geworden over dat punt. Tekstverklaarders geven vaak verschillend uitleg over het ontstaan van de bal. Nu eens vergelijken ze hem met de zon of de maan, dan weer met het hoofd van een verafschuwde vijand. Zeker is, dat de oudste documenten melding maken van balspelers en verscheidene archeologische getuigenissen tonen hen aan het werk.
Hier volgt een overzicht van alle volkeren die het vaderschap over het voetbal opeisen:
Eerste geschriften over voetbalspelen
In Chinese geschriften wordt al in het derde millennium voor Christus, ten tijde van de Chang-dynastie, gewag gemaakt van voetbalspelen. Japanners speelden zo'n tien eeuwen voor onze tijdrekening kemari, een balspel waarbij de deelnemers met de wreef van de voet tegen een kleine lederen bal trapten. Ook de oude Egyptenaren speelden met de bal. In Beni-Suëf, een plaats in de Nijlvallei, zijn muurschilderingen gevonden die daarvan getuigen. In graven uit de tijd van de farao's hebben archeologen lederen ballen ontdekt. Toch aarzelt men in dat geval van een voorloper van het voetbalspel te spreken. Uit geschriften is gebleken dat bij de oude Egyptenaren balspelen vooral bij meisjes in trek waren. Jongens voelden zich veeleer tot vechtsport aangetrokken.
Balspelen bij de Grieken
De Grieken, die, als eersten, sportwedstrijden organiseerden zoals wij dat heden ten dage nog doen, kenden ook balspelen. In zijn heldendicht Odyssea vertelt Homerus hoe Odysseus na zijn schipbreuk op het eiland van de Faiaken aangespoeld was en er ontdekt werd door Nausikaä, de dochter van koning Alkinoös, terwijl zij met haar dienaressen op het strand een balspel speelde. Ook liet koning Alkinoös twee van zijn zonen, Laodamas en Halios, ter ere van Odysseus met de bal spelen. De eerste wierp met beide handen een grote bal van purper omhoog en de tweede ving hem in de vlucht op.
Natuurlijk is men nog ver verwijderd van het voetbal. Maar toch, in het Nationaal Museum van Athene staat een grafmonument uit de vijfde eeuw vóór onze tijdrekening, dat in Piraeus is opgegraven en dat een efebe voorstelt die een bal op zijn dij laat kaatsen.
In het oude Griekenland waren balspelen erg populair als trainingsmiddel. Dat gebeurde op het sfairodromion (balspeelveld) of in het sfairisterion (balzaal). Balspelen waren een soort van oefening, te vergelijken met dansen. Al naargelang van de steden was de vorm ervan zeer verschillend en echte spelregels zijn nooit genoteerd geweest. In het programma van de Olympische Spelen is er geen spoor van terug te vinden.
Episkoeros is, in de Helleense wereld, van al deze balspelen het meest populair geweest. Julius Pollux, uit Naucratis, beschreef in de tweede eeuw na Christus het spel als volgt: "Tussen twee kampen trekt men met een stuk krijt een streep waarop een bal wordt geplaatst. Achter elk kamp wordt een andere streep getrokken. De spelers van het ene kamp trachten de bal, over de tegenstanders van het andere kamp heen, achter de tweede streep te doen belanden". Episkoeros was eigenlijk een soort werpspel met ballen.
Een ander Grieks balspel, harpaston, werd door de Romeinen overgenomen. Die noemden het harpastum. Het werd met de ellebogen gespeeld. De weinig elastische bal (gevuld met zand) werd door twee ploegen betwist en moest op een welom schreven punt worden gebracht. Is hier niet het eerste "doel" ontstaan? De Romeinse spotdichter van Spaanse herkomst Martialis (40-104 na Christus) bestempelde het spel ook als "stofbal" (pila pulveruienta) omdat tijdens het spelen ervan nogal veel stof opwaaide. Harpastum was een soort van primair rugby, dat zeer snel populair werd bij boeren en legioensoldaten die het op hun beurt in Gallië hebben ingevoerd.

Van harpastum tot soule is een heel lange en moeilijk te volgen weg afgelegd.
De soule, ook choule genoemd, is een soort van ronde, soms ovalen bal van zijde, leder of zelfs van hout. Het (soule)spel is eenvoudig van opzet. Boeren van twee aangrenzende dorpen komen één keer per jaar samen op een lang op voorhand afgesproken plaats om elkaar de bal of soule te betwisten. Het doel van de ontmoeting is de bal op een bepaalde plaats, meestal tussen twee palen, te doen belanden. De strijd om de bal tussen de twee kampen is hevig en verloopt soms brutaal.
Gedurende de hele middeleeuwen werd het soule in een groot deel van Frankrijk, zich uitstrekkend over Bretagne, Normandië en Picardië, zeer veel gespeeld. De wedstrijd had meestal plaats op de weg tussen de twee kampende dorpen en het doel was de bal op het kerkplein van de tegenstander neer te leggen. De strijd duurde soms van bij zonsopgang tot zonsondergang en niet zelden gingen deelnemers met gebroken ledematen of gekneusde ribben naar huis.
Al deze balspelen waren niet alleen volksvermaak. Ze kregen ook een religieuze betekenis. In de oertijd was de bal het symbool van de zon, de bron van alle leven. Op sommige plaatsen werd de soule zelfs begraven.
Ook ging er heel wat bijgeloof gepaard met deze voorloper van het moderne voetbal. Zo werd gezegd dat een jonge man, die op vastenavond weinig doeltreffend was bij het soulespel, ook maar matig zou presteren bij het binnenhalen van de volgende oogst. In Normandië was het dorp, dat de jaarlijkse soulewedstrijd had gewonnen, verzekerd van de beste oogst van ciderappelen.
Zoals het in die tijd gebruikelijk was, nam de christelijke godsdienst ook deel aan dat traditioneel dorpsfeest. De wedstrijden eindigden trouwens meestal op het kerkplein. Zo werd ook verhaald, dat in de kleine parochie La-Lau-de-Patrie de jaarlijkse wedstrijd pas dan kon beginnen als de jongste bruidegom de soule over de kerk had getrapt!
In de loop van de 14de eeuw baarde het soulespel de kerkelijke overheid heel wat zorgen. De geestelijke herders waren niet langer te spreken over de gevolgen van dat spel. Niet alleen waren er de vele gewonden onder de deelnemers, maar heel wat parochianen wendden zich af van het geestelijke leven. De kerkleiders trachtten dan ook het soulespel te verbieden. Tevergeefs evenwel. Samen met Willem de Veroveraar trok de soule ook mee over het Kanaal. Heel wat Engelse kronieken uit die tijd maken ervan melding. Shakespeare scheldt in zijn "King Lear" een van de personages uit voor "gemene voetbalspeler" (You base football player). Zelfs tot in Schotland geraakte dat antieke spel.
Balspelen bij de Azteken
Het ruwe soulespel van onze voorouders stak schril af bij het ullamaliztli, dat de Azteken speelden lang voor de Spaanse verovering van hun land. Een bewijs te meer dat balspelen tot de meest primitieve passies van de mens behoren. Ullamaliztli werd al in de vroegste oudheid in Mexico gespeeld. De Olmeken en de Maya's kenden het spel. Het werd gespeeld op het tlachtli, een terrein in dubbele T-vorm. De twee ploegen stelden zich op aan weerszijden van de middellijn. Het doel van het spel was een zware rubberen bal in het tegenstrevende kamp te brengen en, indien mogelijk, door een gebeeldhouwde stenen ring die aan een muur was bevestigd. De opdracht voor de spelers was niet eenvoudig, want het was verboden de bal met de voet of met de hand te spelen. Dat mocht alleen met de knie of de heup gebeuren. De spelers droegen kinbanden, knielappen, handschoenen en lederen voorschoten. Toch belette dat niet dat heel wat spelers zware verwondingen opliepen, zelfs met dodelijke afloop. Deze sport was ook nauw verbonden met de godsdienst. De Azteken dachten dat de speelruimte, die beschouwd werd als een plaats voor de eredienst, de wereld voorstelde en dat de bal een ster, de maan of de zon uitbeeldde. Halfverheven beeldhouwwerk, dat in de buurt van EI-Tajin rondom een balspelterrein is teruggevonden, stelt een speler voor die opgeofferd wordt aan de god van de dood. Was het de winnaar of de verliezer? Het is helemaal niet onmogelijk dat de aanvoerder van de winnende ploeg de grote eer genoot de keel te worden overgesneden met een mes van lavaglas op het altaar van de god Quetzalcoatl.

Ullamaliztli gaf ook aanleiding tot waanzinnige weddenschappen. Zo gaat het verhaal van keizer Axayacatl, die bij een weddenschap met de seigneur van Xochimilco, de markt van Mexico inzette tegen een tuin van zijn tegenstander. De keizer verloor en 's anderendaags stuurde hij soldaten met geschenken naar zijn overwinnaar. Daarbij was een halssnoer van bloemen waarin het rijgsnoer was verborgen waarmee de winnaar van de wedstrijd werd verstikt! De Spanjaarden vonden het spel te ruw, maar beschouwden het vooral als een barbaarse uiting van de Azteekse godsdienst. Op korte termijn werd het dan ook verboden.
Florentijns calcio
Ook de Italianen gaan er prat op dat zij het voetbal hebben uitgevonden. Voor hen is het moderne voetbal niet meer dan de voortzetting van het calcio fiorentino. Galcio is nu nog in het Italiaans de naam voor voetbal.
Tijdens de renaissance werden in Italië heel wat balspelen georganiseerd. De geschiedenis leert ons dat op 17 februari 1530, in volle carnavalperiode, op het Santa Groceplein in Florence de meest gedenkwaarige partij calcio heeft plaatsgehad. De stad was al vijf maanden lang belegerd door de troepen van Keizer Karel, maar om de vijandige soldaten, die op de omliggende heuvels bivakkeerden, te bewijzen dat het moreel van de Florentijnen nog niet was aangetast, werd de traditionele carnavalstoet met bijhorend balspel toch georganiseerd. Beweerd wordt dat Michelangelo zelf de stoet leidde.
In het calcio streden twee ploegen van zevenentwintig spelers, die over vier linies waren verdeeld:tegen elkaar. Er werd in een afgebakende ruimte van 100 bij 50 meter en met handen en voeten gespeeld. Om een punt te scoren moest de bal lager dan 1 meter 20 over de middellijn van het tegenstrevende kamp worden geplaatst.
Het tornooi in Florence werd gespeeld met de ploegen van de vier stadswijken: Santa Maria Novella, Santo Spirito, Santa Groce en San Giovanni.

Heden ten dage hebben op de piazza della Signoria in Florence nog jaarlijks calciowedstrijden plaats. Er wordt evenwel niet meer gespeeld tijdens de carnavalperiode, maar wel tijdens de maand juni ter gelegenheid van het feest van Sint-Jan, de beschermheilige van de stad. De kamp wordt voorafgegaan door een kleurijke stoet. De regels van het spel zijn sinds de Renaissance niet gewijzigd. De spelers dragen nog steeds de wijde pofbroek uit de 15de eeuwen de trui met de kleuren van één van de vier stadswijken die om de zege strijden.

Ontstaan van het moderne voetbal in Engeland
Heel wat volkeren kunnen het vaderschap van het voetbal opeisen, maar het moderne voetbal, zoals het heden ten dage nog over de hele wereld wordt gespeeld, is in het begin van de vorige eeuw in Engeland ontstaan.
In de eerste helft van de 19de eeuw werd er in heel wat Engelse public schools een soort trapspel gespeeld. Er waren geen vaste regels voor en het terrein waarop het gebeurde was niet omschreven. Geplaveide speelpleinen, open veld, grasperken, enz. kwamen daarvoor in aanmerking. De enige grondregel was: men mocht de bal met de hand stoppen, maar men moest hem met de voet voortbewegen. Het was dus geraden de bal, na het stoppen met de hand, onmiddellijk weg te trappen. Zo ver mogelijk. Waar hij landde zorgde hij dan voor heel wat worstelingen, die niet zonder gevolgen bleven.
Het ruwe verloop van veel van die trapwedstrijden gaf op sommige plaatsen aanleiding tot het opstellen van spelregels. Zo besloten de directie en de leerlingen van de colleges van Charterhouse, Harrow, Eton en Westminster elk ruw contact te weren. Dat voetbal kreeg de naam dribbling game. In Rugbyen in Marlborough daarentegen bleef men zweren bij het viriele spel.
Tot een zekere William Webb Ellis - zo wordt verhaald, maar nergens bewezen in 1823 tijdens een voetbalmatch in Rugby plots de bal onder arm nam en ermee over de doellijn van de tegenstanders liep. Hij beging uiteraard een fout, maar hij legde meteen de fundamenten voor een andere vorm van voetbal: rugby. Het spel werd tijdens het schooljaar 1841-1842 officieel aanvaard.
Lange tijd heeft de grote verscheidenheid aan regels, die meestal afhankelijk waren van de school waar het spel werd gespeeld, de evolutie van het voetbal geremd. Tot het spel, zoals het in Charterhouse werd gespeeld, het dribbling game of association football, de bovenhand kreeg op dat van Rugby.
Begin 1863 deden zes public schools, Rugby, Marlborough, Harrow, Eton, Shrewbury en Westminster, een laatste lofwaardige, maar mislukte poging om eensluidende regels op te stellen.
Op 26 oktober 1863 werd dan een andere poging ondernomen en wel door vertegenwoordigers van zes Londense clubs, die in de Freemason's Tavern in Londen bijeen kwamen. Ze stichtten er de Football Association en omschreven een nieuw spel dat het midden hield tussen het huidige voetbal en het huidige rugby. De komst van universitairen van Cambridge, enkele weken later, leidde al tot het grote schisma. De bal mocht niet langer gedragen worden. Voetbal mocht nog uitsluitend met de voeten worden gespeeld.
In het midden van de 19de eeuw was de bal niet meer dan een in leder verpakte opgeblazen varkensblaas, zoals bij het aloude soule. Helemaal rond was die bal niet, maar ook niet helemaal
ovaal. In 1870 werd de varkensblaas vervangen door een van rubber. Voetbal werd van dan af met een ronde en
rugby met een eivormige bal gespeeld.

Gewezen universitairen droegen het voetbal van Londen uit naar alle hoeken van het Verenigd Koninkrijk. Zowat overal werden clubs gesticht. In 1866 bestond een voetbalploeg uit acht aanvallers, twee achterspelers en één doelman, die de bal (nog) niet met de handen mocht aanraken. Er was toen ook al sprake van buitenspel staan ten overstaan van drie tegenstanders. In archieven uit die tijd is teruggevonden dat in 1866 de eerste grote wedstrijd is gespeeld: Londen-Sheffield, 4-2.
Vijf jaar later mocht de doelman de bal wel met de handen grijpen, wat het scoren zeer moeilijk maakte.
In 1871 stichtten enkele hartstochtelijke liefhebbers van het voetbal een bekercompetitie voor verscheidene clubs: de beroemde Cup, de meest eerwaardige instelling van de Britse sport. Er moest één guinea inschrijvingsgeld worden betaald. Het Schotse Queen's Park uit Glasgow stortte het eerst zijn bijdrage, gevolgd door nog veertien Engelse clubs: Barnes, Civil Service, Crystal Palace, Clapham Rovers, Hitchin, Maidenhead, Marlow, Donington School, Hampstead Heathens, Harrow Chequers, Reigate Priory, Royal Engineers, Upton Park en Wanderers. Glasgow was, rekening houdend met de verre en moeilijke reis, onmiddellijk geplaatst voor de halve finales, waarin het uitkwam tegen de Wanderers. Beide ploegen waren zo aan elkaar gewaagd dat geen winnaar kon worden aangewezen. De Schotten lieten evenwel de zege aan hun tegenstanders omdat ze geen tweede keer naar Londen wilden reizen. De Wanderers wonnen ten slotte de finale tegen de Royal Engineers met 1-0. Van de eerste negen uitgaven wonnen de Wanderers zeven keer de Cup.
De eerste internationale (demonstratie-) wedstrijd werd op 18 november 1871 in Londen gespeeld: Engeland-Schotland (1-2). De eerste officiële interland, ook al Engeland-Schotland, had plaats op 30 september 1872 en eindigde op een gelijkspel (0-0).
Het voetbal maakte in Groot-Brittannië ineens grote opgang. In 1884 woonden twaalfduizend toeschouwers de bekermatch tussen Preston en Upton Park bij. Betaald voetbal was niet ver meer af. De Football Association, die vrij vlug afstand nam van colleges en universiteiten, waar het amateurisme de hoofdregel bleef, aanvaardde bij het begin van het seizoen 1885-1886 dat de beste Engelse voetballers betaald werden en dat de clubs een professionele structuur kregen. De clubs werden goed uitgebouwd en organiseerden de eerste collectieve trainingen. Engeland nam zo wel 50 jaar voorsprong in de sport die het zelf had uitgevonden en die het weldra naar het Europese vasteland had overgebracht.
In 1888 organiseerden twaalf clubs uit het noorden de eerste profcompetitie en stichtten de Football League, een aanhangsel van de Football Association.
Preston North, de club die van bij zijn ontstaan altijd op een grote aanhang kon rekenen en die als eerste zijn spelers betaalde, werd de eerste Engelse kampioen. Zij werd op de erelijst opgevolgd door Everton. In 1892 schreven achtentwintig clubs voor de competitie in en men was genoodzaakt een tweede klasse op te richten met een systeem van stijgen en dalen.
De spelregels werden langzamerhand verfijnd. In 1873 voerde men voor het eerst de hoekschop in en in 1891 de strafschop (of penalty). Vertegenwoordigers van de vier Britse naties stichtten in 1886 de International Board, een commissie die zich tot op heden exclusief bezig houdt met de opstelling en wijziging van de spelregels van het voetbal.
Het voetbal kende ook vrij vlug zijn vedetten. Bekenden in die periode waren: Goodall, een intellectuele gentleman, BIoomer, een onweerstaanbare doeischutter, Needham, een onvermoeibare vleugelspeler en Smith, een Schot die voor het doel van de tegenstander de grootste verwarring kon scheppen. De clubs wedijverden onder elkaar om die topspelers in hun rangen te krijgen en waren bereid een zeer hoge prijs voor hun inlijving te betalen. De Football League wilde het opbieden tegeflgaan en verbood de clubs hun spelers meer dan vier pond per week te betalen.
De veldbezetting onderging ook een snelle evolutie. Het naïef spel van het begin, toen tien spelers zich holderdebolder op de bal stortten, werd al vlug vervangen door meer strategische opstellingen. Al in 1880 speelden de grote ploegen met vijf aanvallers, drie middenveldspelers, twee verdedigers en een doelman, een spelsysteem dat tot bij de invoering, in 1925, van de nieuwe buitenspelregel opgeld heeft gemaakt. Maar laten we niet te vlug gaan...
Op het einde van de vorige eeuw was het voetbal de meest populaire sport ter wereld. Niet alleen in Groot-Brittannië, waar zij zeer sterk gestructureerd was, maar ook elders in Europa, waar Engelse studenten haar ingevoerd hadden. In 1901 speelden Argentinië en Uruguay de eerste internationale wedstrijd op het Zuidamerikaanse vasteland. Iedere dag verlegde het voetbal zijn grenzen...